Je slaapt al een tijdje slechter, je ongesteldheid komt ineens eerder of juist later en op de gekste momenten krijg je het bloedheet. Lang niet iedereen denkt dan meteen aan de overgang. Toch kan die al rond je veertigste beginnen, vaak in een periode waarin er thuis en op het werk ook genoeg speelt. Juist daardoor worden de eerste signalen regelmatig toegeschreven aan drukte of stress. Welke klachten kunnen er eigenlijk bij horen, en wat kun je er zelf aan doen?
De overgang is meer dan je laatste ongesteldheid
De woorden overgang en menopauze worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze betekenen niet precies hetzelfde. De menopauze is je allerlaatste ongesteldheid, en die valt gemiddeld rond je 51e. De overgang zijn de jaren daaromheen, waarin je lichaam langzaam minder van het vrouwelijke hormoon oestrogeen gaat maken. Dat proces kan ergens tussen je 40e en 60e beginnen. Dat betekent natuurlijk niet dat iedereen er op dezelfde manier iets van merkt. Bij de een gaat het vrijwel ongemerkt voorbij, terwijl een ander er jarenlang flink last van heeft.
Opvliegers en een andere cyclus zijn vaak de eerste signalen
Vooral opvliegers zijn voor veel vrouwen een bekend signaal. Je krijgt het opeens heel warm, je gezicht, hals of borst kleurt rood en je begint te zweten. Volgens de informatie van Thuisarts over de overgang heeft ongeveer 8 op de 10 vrouwen hier last van. Meestal duurt zo’n opvlieger een paar minuten, maar ook ’s nachts kun je erdoor wakker worden. Daarnaast verandert vaak je ongesteldheid. Er zit meer of minder tijd tussen dan je gewend was en je bent langer of korter ongesteld. Bij sommige vrouwen wordt het bloedverlies juist heftiger.
Ook minder bekende klachten kunnen erbij horen
Niet alle overgangsklachten zijn even herkenbaar. Een droge of gevoelige vagina, vaker een blaasontsteking, pijnlijke borsten of meer migraine-aanvallen kunnen er ook mee te maken hebben. Veel vrouwen merken bovendien dat ze in deze jaren makkelijker aankomen. En wie ’s nachts een paar keer wakker wordt van het zweten, voelt zich overdag al snel moe, somber of sneller geïrriteerd. Bij klachten als vergeetachtigheid of stijve gewrichten is het overigens niet altijd duidelijk of de overgang de oorzaak is. Die kunnen ook te maken hebben met ouder worden of met alles wat er in deze levensfase verandert.
Wat je zelf kunt doen om je beter te voelen
Opvliegers helemaal voorkomen lukt meestal niet, maar je kunt het jezelf wel wat makkelijker maken. Denk aan een paar dunne laagjes kleding van katoen, zijde of wol, zodat je snel iets kunt uittrekken als het warm wordt. ’s Nachts slapen katoenen lakens of een wollen deken vaak prettiger. Minder of geen alcohol drinken kan het aantal opvliegers verminderen.
Gezond eten, elke dag een half uur bewegen en op tijd naar bed gaan zorgen er niet voor dat opvliegers verdwijnen. Toch merken veel vrouwen dat ze zich er wel beter door voelen. Kruidenmiddelen en supplementen die speciaal voor de overgang worden verkocht, raden artsen juist af, omdat niet goed is onderzocht of ze veilig zijn.
Wanneer het verstandig is om naar de huisarts te gaan
Merk je dat de klachten je dagelijks leven flink beïnvloeden, dan hoef je daar niet mee rond te blijven lopen. Een huisarts kan met je meekijken en bespreken welke mogelijkheden er voor jou zijn. Wie zich vooraf al wat wil inlezen, vindt bijvoorbeeld meer uitleg over behandeling bij overgangsklachten. Maak in elk geval een afspraak als je heel heftig ongesteld bent, of als je jonger bent dan 40 en al overgangsklachten hebt. Hetzelfde geldt wanneer je weer bloed verliest terwijl je al langer dan een jaar niet ongesteld bent geweest.
De overgang hoort erbij, de klachten hoef je niet weg te wuiven
Het lastige van de overgang is misschien juist dat er zelden één duidelijk beginpunt is. Een paar onrustige nachten, een cyclus die ineens anders loopt en ondertussen gewoon doorgaan omdat het gezin en je werk ook aandacht vragen. Daarom vind ik het vooral waardevol om te weten welke signalen erbij kunnen horen. Niet om bij elke slechte nacht meteen aan de overgang te denken, maar wel zodat je klachten eerder herkent voordat ze je hele dag gaan bepalen. Meestal worden de klachten zo’n vijf jaar na je laatste ongesteldheid minder. Tot die tijd hoef je er in elk geval niet alleen mee te zitten.