Je kent het wel. Dat plankje dat nog steeds op de grond ligt, de scheve deur waar je elke dag langsloopt, of die kabels die als een wirwar onder de tv vandaan komen. Geen grote projecten, maar precies die klusjes die maanden blijven liggen. Niet omdat het niet kan, maar omdat het er steeds niet van komt. Ondertussen groeit de irritatie een beetje, terwijl het oplossen vaak minder tijd kost dan een gemiddelde scrollsessie op je telefoon.
Uit onderzoek blijkt dat veel huishoudens juist in het voorjaar plannen maken om te klussen. De dagen worden langer, het huis voelt ineens rommeliger en de motivatie stijgt. Alleen… tussen plannen en doen zit vaak nog een flinke drempel. En die heeft meestal weinig met de klus zelf te maken.
Waarom kleine klusjes zo groot voelen
Op papier zijn het simpele taken. Een lamp vervangen, een lijst ophangen, een schroef aandraaien. Toch voelen ze vaak groter dan ze zijn. Dat komt vooral doordat er mentaal van alles meespeelt. Misschien ontbreekt het juiste gereedschap, twijfel je over hoe je iets moet aanpakken, of ben je bang dat het misgaat. Dan lijkt een klein klusje ineens een project.
Ook het ontbreken van urgentie speelt mee. Het huis functioneert tenslotte prima zonder dat extra plankje. Daardoor schuif je het makkelijk door naar later. En later wordt dan volgende week, of volgende maand. Voor je het weet hoort het bij de vaste inrichting, zonder dat het ooit echt af is.
Wat ook meespeelt, is dat we onze prioriteiten vaak ergens anders leggen. Even snel iets opzoeken op je telefoon verandert ongemerkt in een half uur scrollen. En die tijd had precies genoeg geweest om twee klusjes weg te strepen.
Zo kom je wel in beweging
Gelukkig hoeft het niet ingewikkeld te zijn om toch in actie te komen. Juist door klein te beginnen maak je het haalbaar. Spreek bijvoorbeeld met iemand af om samen een uurtje te klussen. Dat maakt het gezelliger én je voelt net wat meer druk om echt te beginnen. Samen weet je vaak ook sneller hoe iets moet.
Een andere fijne tip is de 15-minuten regel. Zet een timer en werk één kwartier aan een klus. Meer hoeft niet. In de praktijk blijkt dat je dan vaak al klaar bent, of in elk geval zover dat je het wilt afmaken. Het begin maken is meestal het lastigst.
Motivatie kan ook uit een onverwachte hoek komen. Denk aan bezoek dat langskomt. Ineens zie je precies wat je nog wilt aanpakken. Doe alsof er iemand komt fotograferen voor een tijdschrift. Grote kans dat je spontaan wél die boormachine pakt.
Het verschil zit in het eindresultaat
Wat vaak helpt, is focussen op hoe fijn het voelt als iets wél af is. Maak vooraf een foto van de situatie zoals die nu is. Hang daarna die lijsten op of werk die kabels weg en maak opnieuw een foto. Het verschil zien geeft direct voldoening.
Dat kleine geluksgevoel werkt motiverend voor de volgende klus. Voor je het weet heb je meerdere punten van je lijstje afgestreept. En het huis voelt meteen rustiger, zonder dat je er weken mee bezig bent geweest.
Dus wacht niet tot je een hele dag vrij hebt of tot alles perfect gepland is. Begin klein. Eén plankje, één lamp, één deur. Grote kans dat de rest vanzelf volgt zodra je eenmaal begonnen bent.