De lente is hét moment waarop veel tuinen weer tot leven komen. De eerste bloemen steken hun kop op, de tuinmeubels mogen naar buiten en ineens lijkt alles water nodig te hebben. Alleen… die zonnige lentedagen worden tegenwoordig ook steeds vaker afgewisseld met droge periodes. Juist daarom is een regenton zo’n slimme toevoeging in de tuin. Niet alleen omdat regenwater gratis is, maar ook omdat planten er vaak net wat blijer van worden dan van een scheut kraanwater. Twijfel je over het juiste formaat? Dan is dit precies het moment om daar eens naar te kijken, voordat de zomer straks begint en iedereen tegelijk op zoek gaat naar een regenton.
Waarom een regenton juist in de lente slim is
Een regenton lijkt misschien iets voor een herfstige regenweek, maar eigenlijk is de lente het beste moment om ermee te starten. In deze periode valt er vaak genoeg regen om alvast een voorraad op te bouwen, terwijl de tuin nog niet op volle dorst draait. Dat betekent dus slim opslaan voordat de eerste droge weken zich aandienen. En dat komt vaak sneller dan gedacht. Regenwater heeft bovendien minder kalk dan kraanwater, wat fijner is voor planten, bloemen en ook voor de vijver. Wie in de zomer al eens met gieters heeft gesjouwd terwijl de regenton leeg bleek, weet dat voorkomen hier echt fijner is dan genezen. Een volle ton voelt dan bijna als een klein tuinwonder, maar dan zonder overdreven drama.
Zo bereken je welk formaat regenton past
Het kiezen van het juiste formaat hoeft gelukkig geen hogere wiskunde te zijn. Volgens tuinmerk Nature kun je het vrij eenvoudig zelf uitrekenen met deze formule: opgevangen regen in liters = dakoppervlak in m² × neerslag in mm × 0,9. Die 0,9 is een handige veiligheidsmarge, omdat niet elke druppel netjes in de regenpijp belandt. Stel dat het deel van je dak dat op de regenpijp uitkomt ongeveer 50 m² is en er valt tijdens een gemiddelde bui 5 mm regen. Dan kom je uit op 225 liter opgevangen water. In dat geval is een regenton van 200 tot 300 liter dus een logische keuze. Heb je een kleiner dak of een compacte stadstuin, dan kan een kleiner model al prima werken. En bij een groter dakoppervlak of fanatieke plantenzorg is extra opslag geen overbodige luxe.
Welk model past het best in jouw tuin
Niet iedere tuin heeft plek voor een enorme watertank waar je halve schutting achter verdwijnt. Gelukkig zijn regentonnen er tegenwoordig in veel meer soorten dan alleen de klassieke groene ton van vroeger. Voor kleinere tuinen of smalle doorgangen zijn slanke modellen van bijvoorbeeld 100 liter handig, zeker als je ze strak tegen een muur wilt plaatsen. De meeste keuze zit in de modellen tussen de 200 en 350 liter, en dat is ook precies het formaat waar veel huishoudens genoeg aan hebben. Wil je echt meer reserve opbouwen voor warme weken of meerdere borders en potten water geven, dan zijn er ook grotere uitvoeringen van 450 of zelfs 650 liter. Extra slim is een model met een ingebouwde plantenbak bovenop, zodat het er in de tuin meteen wat gezelliger uitziet en niet alsof er een waterreservoir uit een survivalprogramma staat.

.
Kleine extra’s die veel verschil maken
Bij een regenton draait het niet alleen om inhoud, maar ook om hoe handig je hem gebruikt. Een simpele bladvanger op de regenpijp voorkomt bijvoorbeeld dat bladeren en rommel alles verstoppen zodra de herfst alvast een proefrondje doet. Dat scheelt gedoe en zorgt ervoor dat het water gewoon blijft doorstromen. Ook is het slim om alvast na te denken over waar je de ton neerzet. Liefst op een plek waar je er makkelijk met een gieter bij kunt, want niets is zo onpraktisch als drie keer omlopen voor een paar dorstige plantenbakken. Wie net iets meer zekerheid wil, kan zelfs twee regentonnen aan elkaar koppelen. Dat klinkt misschien wat fanatiek, maar tijdens een nat voorjaar voelt het vooral als vooruitdenken met een klein beetje Hollandse nuchterheid.